Erfgoed

De Roskam

Deze laatmiddeleeuwse hoekwoning heeft een bakstenen benedenverdieping, gebouwd op een sokkel van bruine ijzerzandsteen. De bovenverdiepingen zijn opgetrokken in hout en bestreken met leem: de traditionele vakwerkbouw. Boven de deur merk je een fraaie, zandstenen barokrondboog op van 1708.

Het gelijkvloers wordt verlicht door hoge kruisvensters in witte zandsteen. De kruiskozijnen verdelen deze ramen in vierkante vensters. Enkel de twee onderste vensters in ieder raam zijn beschermd door houten luiken. In de lemen wanden van de verdieping zijn grote vensters aangebracht. Balken, sober versierd met gotisch snijwerk, verdelen deze ramen verticaal en horizontaal in verschillende vakken.

Nachtwaker

Door de vakwerkbouw waren middeleeuwse steden bijzonder brandgevoelig. Om branden snel op te sporen, liep er ‘s nachts een nachtwaker rond. Bovendien stond er regelmatig een uitkijk op de Toeterstoren (nu verdwenen) aan de Allerheiligenberg. Toch konden brandrampen niet vermeden worden. Zo woedden er grote branden in 1515 en 1545. Bijna jaarlijks besteedde de stad een flink bedrag aan bier. Dat werd geschonken aan personen die geholpen hadden bij het bestrijden van de branden.

Om dergelijke rampen te vermijden, vaardigde het stadsbestuur tal van maatregelen uit. Zo moesten kloosters en ambachten emmers, ladders en blushaken ter beschikking houden. De stad verleende vanaf het midden van de zestiende eeuw ook subsidies voor nieuwbouw of verbouwingen. Voor wie gebruik maakte van stenen gevels en harde daken. In de zeventiende eeuw werd het gebruik van stro als dakbedekking verboden.