Erfgoed

Het Spijker - Refugehuis van Tongerlo

Dit voormalig refugehuis van de Norbertijnenabdij van Tongerlo dateert uit de zestiende eeuw. Het werd opgetrokken aan de splitsing van de Demer, in traditionele bak- en natuursteen. De naam Spijker stamt af van het Latijnse spicarium, wat graanzolder betekent. Binnenkomen doe je in de Refugiestraat via een ijzerzandstenen rondboogpoort.

Het Spijker telt twee verdiepingen, verrijkt met hoekkettingen en zijtrapgevels. In de noord- en zuidgevel vind je grote dakvensters. De kruisramen werden dichtgemetst of gewijzigd. Een veelzijdige hoektoren is afgedekt met een leien spits en voorzien van een dakkapel. De oostgevel dateert vermoedelijk van 1525-1530, de westgevel van 1562. In de zeventiende eeuw volgde een uitbreiding aan de oostzijde.

Toevluchtsoord

Tijdens het Oude Regime bezaten kloosters en abdijen op het platteland vaak een refugehuis in nabijgelegen omwalde steden. De Norbertijnen van Tongerlo benoemde de kanunniken van de Diestse kerken van Sint-Sulpitius en Onze-Lieve-Vrouw. Het Spijker was niet alleen hun refugehuis, het diende ook als opslagplaats voor de tienden. De Diestenaars betaalden deze tienden (10% van de oogst) voor het onderhoud van de parochiepriesters, het bouwen en herstellen van hun kerken en voor de armenzorg.

De abdij bezat tal van eigendommen (huizen en gronden) in Diest. Een speciale rechtbank, het ‘Laathof’, behandelde de geschillen over de abdijbezittingen. Vandaar de benaming ‘Hof van Tongerlo’, zoals Het Spijker soms ook werd genoemd.

 

  • Brouwerijstraat
  • Het binnenplein is toegankelijk. Het gebouw is toegankelijk voor de hotelgasten.