Kapel Onze-Lieve-Vrouw-Van-Bijstand

Op de Weelaer, de plaats buiten de Leuvensepoort waar nu de kapel van Onze-Lieve-Vrouw-van-Bijstand staat, verrees eertijds de Sint-Salvatorkapel. Deze kapel bestond al vóór  1413 en werd gesticht door twee ridders uit Herentals die in de abdij van Corsendonck verbleven. Ze verlieten deze abdij en namen een tijdje hun intrek in de Kluis van Reinrode. Nadien traden ze toe tot de orde van Sint-Jan van Jeruzalem, één van de verschillende religieuze ridderorden in de tijd van de kruistochten. Op hun gronden op het Weelaer lieten ze een kapel bouwen die de naam van Sint-Salvator droeg.
Deze kapel werd al snel door veel pelgrims bezocht en volgens een oude traditie legden de bedevaarders dertienmaal de weg van Sint-Sulpitius naar Sint-Salvator af. Daarnaast werd de Sint-Salvatorkapel ook het geestelijke centrum voor de gezellen van Sint-Salvator, een schuttersgilde die hun oefenterrein hadden achter het gebouw. Op het einde van de 18de eeuw werd de Sint-Salvatorkapel door de sansculotten in brand gestoken. In 1810 kon men dankzij een aantal giften de huidige kapel Onze-Lieve-Vrouw-van-Bijstand bouwen.
Met de cultus rond Sint-Jan Berchmans enerzijds en de vele bedevaarders naar Scherpenheuvel anderzijds kende de kapel een vrij drukke toeloop. Op 13 augustus 1865 werden de relikwieën van de pas zalig verklaarde Jan Berchmans in deze kapel gedeponeerd en in een plechtige processie door de kardinaal-aartsbisschop naar de Sint-Sulpitiuskerk gebracht.