Lindenmolen

De molen werd gebouwd in 1742 en stond oorspronkelijk in Schaffen, op de Doodsberg. In 1887 verhuisde hij naar de Mierenberg in Assent. De molen was in werking tot 1953. Zes jaar later kocht de stad deze aan en werd hij op de stadswallen heropgebouwd. Vandaag behoort de molen tot het patrimonium van het Provinciedomein Halve Maan, dat in samenwerking met 'Levende Molens' het monument beheert en maalvaardig houdt.

Staakmolen

De Lindenmolen is een uniek exemplaar door zijn molenkast, een van de grootste van Vlaanderen. Het is een staak- of standaardmolen, zo genoemd naar de grote stam (staak of standaard) waaraan de hele molenkast hangt. De stam dient ook als draaispil om de molen naar de wind te zetten (kruien). Dit gebeurt met een soort katrol waarop een ketting kan gewonden worden. Rond de molen staan twaalf stenen waaraan de ketting kan vastgehecht worden, de kruipalen.

Opzeilen

Nadat de molen naar de wind gezet is, kan je beginnen met de molen op te zeilen door de molenwieken met een zeil te bespannen. Bij een goede windvang kunnen de wiekeinden snelheden halen tot 120 km/u. De wieken zijn via de askop verbonden met de molenas, waarop een groot aswiel is bevestigd. Dat zorgt voor de aandrijving van de molensteen. De molenaar kan de beweging van de wieken stilzetten door gebruik te maken van de 'vang'. Dat is een metalen band met houten blokjes rond het aswiel.

Malen

Het malen gebeurt via twee paar stenen, het steenkoppel. De onderste steen (de ligger) blijft onbeweeglijk, terwijl de bovenste steen (loper) over de onderste draait. Met goed gescherpte stenen kan je tot vijftig ton malen. Om grof of fijn meel te bekomen, kan je de bovenste molensteen oplichten en zo de afstand tussen de twee stenen nauwkeurig regelen.