Ruïne van de Sint-Jan De Doperkerk (Sint-Jansruïne)

De Sint-Jan de Doperkerk werd opgericht in 1253. In 1264 werd ze een parochiekerk en in 1297 een collegiale of kapittelkerk. Dat is een rooms-katholieke kerk die bediend wordt door een kapittel van kanunniken. Deze konden, maar hoefden niet per se geestelijken te zijn. Een kapittel bestuurde naast de kerk vaak ook grote stukken land en andere kerkgebouwen.

In die tijd kon de bouw van een kerk meer dan honderd jaren duren. Een van de oorzaken was de pest die hele generaties vaklieden en arbeiders wegvaagde. Of het geld was elders nodig, bijvoorbeeld voor een andere, grotere kerk. We weten bijvoorbeeld dat Meester Hendrik van Tienen hier in 1396 nog aan het werk was.

Verwoest

Tijdens de godsdienstoorlogen en de plundering van de stad in 1580, verwoesten de troepen van Willem van Oranje de kerk. Omdat de parochie nog maar weinig parochianen telde, werd nadien enkel het ijzerzandstenen koorgedeelte gerestaureerd. De kerk bleef zo in gebruik tot 1823, daarna deed ze nog enkel dienst als begraafplaats. Het dak boven het koor stortte in 1853 in en werd nooit hersteld.

Van de gotische constructie zijn het koor en enkele muurgedeelten overgebleven. Daardoor kon het oorspronkelijke, middeleeuwse plan van de kerk opnieuw samengesteld worden. Het leert ons dat de kerk bestond uit een stevige toren, drie beuken, een uitspringend transept met zware steunberen, een diep koor en een sacristie.